Heidekruisje

Genk - Boxbergheide

09vlagClick on the flag for English translation

INLEIDING

Op 10 mei 1940 vielen de Duitse legers het grondgebied van België binnen en dwongen in een periode van 18 dagen ons land tot overgave.
De gevangen genomen Belgische soldaten, werden naar Duitsland gedeporteerd; almede leden van andere groeperingen, zoals werkweigeraars, vaderlandslievende verenigingen en etnische groepen.
Deze mensen werden in Duitsland meestal verplicht tewerkgesteld in de productie van oorlogsmateriaal. Een klein gedeelte er van werd tewerkgesteld in de landbouw om de plaatsen in te nemen van de Duitse jongeren die opgeroepen werden om hun legerdienst te vervullen.
De Geallieerden sloegen dan de handen in elkaar om de opmars van de Duitser Leger te stoppen, in Engeland en de Verenigde Staten werden wapens en vliegtuigen gebouwd voor de verdediging van het land, de zee en de lucht.
In ons land werden in het geheim groepen opgericht om de bezetting te bemoeilijken. Zij verzamelden gegevens over troepenbewegingen en verdedigingen die opgericht werden en stuurden die door naar Engeland. Ook werden er sabotagedaden gepleegd om het de bezetter moeilijk te maken.
De oorlogsproductie in Engeland kwam ook op toeren met munitie, voertuigen en vliegtuigen. Deze vliegtuigen moesten Duitsland gaan bombarderen om er alzo de oorlogsproductie te vernielen of te vertragen.
Als vliegtuigen werden er o.a. Wellingtons gebouwd. Reeds in 1939 stonden 179 Wellingtons op de sterktelijst. Ook waren er een groot aantal Hampdens en Whitleys in gebruik. Na 1941 werden zij geleidelijk aangevuld met vier-motorige modellen; o.a. Lancasters. Toen de productie in 1945 stopte waren er in totaal 11.461 stuks geproduceerd.
De Wellingtons waren voorzien van 2 motoren van 1500 pk, Bristol Hercules XI type. Spanwijdte: 26,26 m; lengte: 19,68 m; hoogte: 5,33 m; Maximum startgewicht: 13.381 kg;. Max. snelheid op 3.380m 410 km/u.
De bewapening bestond uit: twee 0,303 inch machinegeweren in de neus­ koepel, vier in de staart, en twee aan weerszijde van de romp, en een bommenlast van 2.041 kg. Deze vliegtuigen waren gestationeerd op het ganse grondgebied van Engeland maar voornamelijk in het zuiden en het oosten van het land. Dagelijks voerden ze bombardementen uit; voornamelijk op het Ruhrgebied. Later, toen er extra brandstoftanks aangebracht werden, konden zij ook Dresden en Leipzig bereiken.
Hier in het oosten van België werden er door de Duitsers zoeklichten opgesteld om de vliegtuigen op te sporen die op weg waren van of naar Duitsland. Op het grondgebied van Genk stonden er een 6-tal opgesteld. Bij deze zoeklichten stonden ook altijd meerdere stukken afweergeschut opgesteld; o.a. Flak's. Zo een lichtpunt stond ook hier in de omgeving van Boxbergheide , op de plaats waar nu de 4e cité van Winterslag gelegen is, in de omgeving van de huidige Lindestraat. Voor de rest was er toen hier op Boxbergheide een grote heidevlakte met enkele verspreide boerderijen.

DE VLUCHT & CRASH

Wij zullen het verloop van de vlucht natrekken van het toestel dat hier neergestort is.
Om 17u30, briefing op de basis van Oakington (Cambridgeshire) waar het 101ste Squadron gestationeerd was op 31 augustus 1941. Zeven vliegtuigen zouden deelnemen aan de opdracht. Hun doel was de stad Keulen. Alle details werden doorgenomen o.a. het weer, doel, taken, hindernissen en een "good luck". Ook werden twee toestellen klaar gehouden als reserve.
De toestellen werden met bommen geladen, deze lading bestond uit brandbommen, drie zware bommen van 500 Ibs en één van 250 Ibs.
Het toestel dat wij volgen, was bestemd voor flight A en droeg het nummer "R 1703".
Op de terugweg van Duitsland werd de bommenwerper aangevallen door Duitse jachtvliegtuigen en door het afweergeschut (Flak) in brand geschoten. De bommenwerper vloog eerst Boxber­gheide voorbij in de richting van Engeland en keerde terug. Alhoewel het een vliegtuig was dat veel schade kon incasseren verloor het verschillende onderdelen, o.a. een stuk van de vleugel dat viel in de Congostraat bij de familie Thys en een motor op de koer van het erf van de boerderij van Jan Bollen op Boxbergheide waar nu ongeveer de Kievitstraat gelegen is.
Drie leden van de bemanning hadden al eerder het brandende vliegtuig kunnen verlaten met hun parachute en werden opgevangen door leden van de weerstand die hen langs vluchtroutes via Frankrijk, Spanje en Portugal terug naar Engeland brachten.
Deze drie bemanningsleden waren Sgt. Woods; Sgt. Warburton en Sgt. Hutton.
De drie overige bemanningsleden kwamen ter plaatse om in de brand die ontstond toen het vliegtuig neerstortte; Piloot-officier Ashton, Sgt. Redden en Sgt. Lane. Dit alles gebeurde op 31 augustus 1941.
Van het toestel bleef er na de brand maar weinig over; alleen nog wat verspreide wrakstukken. De bezetters waren ook snel ter plaatse en begroeven de drie gevallenen.

HET EERSTE KRUISJE

Eerst waren de graven in de heidevlakte met keien omzoomd en een kruis werd gevormd met witte keien. Regelmatig werden deze graven moedwillig vernield door de Hitlerjeugd, maar telkens weer hersteld door andersdenkenden en jeugd. Ook lagen er toen reeds bloemen op de graven, zij werden regelmatig gelegd, door juf. Jeanne Dries die daarvoor thuis de struiken plunderde, en door Mevr. Leonie Decosemaker-Thoelen die in die tijd winkel hadden in de Winterslagstraat te Genk.
Even na het neerstorten van het vliegtuig werd er dan een houten kruis gezet door Glowacki Aloys (°Herne (D) 19-01-1909 †Genk 19-9-1995) en zijn echtgenote, Plocinnik Antonie (°Ickern Castrop Ranxel (D) 20-03-1922 †Genk 08-02-1989)..
Mevr. Antonie Plocinnik was toen in verwachting van hun zoon Jan, die geboren werd op 25 oktober 1941.
Het kruisje dat er stond was gemaakt van gehard hout en de horizontale balk gedraaid in de vorm van een schroef van een vliegtuig. Dit houten kruis bleef staan tot er dan opeens een betonnen voor in de plaats werd gezet met het jaartal 1943 erop. Dit betonnen kruis werd stiekem gemaakt op de mijn van Winterslag door het personeel en op een donkere laatavond tussen 22u. en 23u. geplaatst door de maker: de heer en mevrouw François Beelen, geholpen door de heer en mevrouw Reiss van het tekenbureel van de mijn.
De heer Beelen was toen chef van de regie te Winterslag en maakte toen ook de kruisen die in Genk op de graven van de Russische krijgsgevangenen gezet werden die hier bij hun werk in de ondergrond omgekomen waren. Het was in volle bezettingstijd en men kan zich indenken aan welk gevaar deze mensen zich toen bloot stelden, zo een betonnen kruis stak men niet ineens onder zijn jas.
Nog onder de bezetting schreef Juff. Daisy Gielen via het Rode-Kruis on de namen van de gesneuvelden te kennen; wat haar ook lukte. Ook was zij betrokken bij de vluchtroutes die de militairen terug naar Engeland brachten.
Na de bevrijding in 1944 en de capitulatie van Duitsland in 1945 werden er regelmatig bloemen op de graven gelegd door de kinderen van de wijk.
Na enkele jaren werd er een comité opgericht met mej. Gielen, Frans Beelen en Jean Loix, die de eerste voorzitter werd en met de hulp van Albert Taylor kwam men tot een blijvende herdenking.
De drie gevallen piloten werden later opgegraven door de Britse diensten en overgebracht naar Schaffen waar een militair kerkhof gelegen is en waar jaarlijks een plechtigheid gehouden wordt om de gevallenen te herdenken.
In totaal zijn er in de R.A.F. op Limburgse bodem 193 militairen omgekomen voor onze bevrijding: 127 Britten, 45 Canadezen, 14 Australiërs, 3 Nieuwzeelanders, 3 Zuidafrikanen en 1 Belg.

OPRICHTING VAN HET MONUMENT HEIDEKRUISJE

Het plan werd opgevat om een monument op te richten waarbij deze mensen herdacht zouden worden. Pastoor Boonen was ook actief bij deze voorbereiding. Er werd contact opgenomen met kerkelijke, burgerlijke en militaire instellingen. Verschillende ontwerpen werden met elkaar vergeleken en uiteindelijk werd gekozen voor het ontwerp van kunstenaar-beeldhouwer Raf MAILLEUX. Het is een ontwerp in breuksteen met een muurlengte van 6,80 m en een hoogte van 2,20 m; samen 42m² breuksteen. Voor de fundering was er 12,80 m³ beton voorzien. De voortuin bestaat gedeeltelijk uit beplanting en breuksteen. De verlichting wordt in en uitgeschakeld samen met de straatverlichting. Het werd gebouwd door drie vrijwilligers van de wijk wiens namen op de achterzijde ingeschreven staan. De bouw was mogelijk doordat de grond gratis ter beschikking werd gesteld door de kerkfabriek. De materialen en het vervoer werden door de gemeente Genk bekostigd. Er was ook een goede samenwerking tussen verschillende instellingen van de provincie en gemeente, militaire, kerkelijke en burgerlijke instellingen. Er werden ook steunkaarten verkocht aan de prijs van 2000 fr. (erelidmaatschap).

INHULDIGING

Het monument werd ingewijd op 27 september 1970, in aanwezigheid van een afgevaardigde van Z.M. Koning Boudewijn, van de Britse Ambassade, de Luchtmacht Maarschalk van de R.A.F., de Opperbevelhebber van de Geallieerde strijdkrachten in Duitsland en Centraal Europa, de Opperbevelhebber van de R.A.F. in Duitsland en hooggeplaatste personaliteiten uit België (zowel kerkelijke als burgerlijke en militaire). Het Koninklijk vaandel van de R.A.F.-Germany, toen juist ontvangen uit de handen van Prinses Anne van Engeland. Startfighters van de Belgische Luchtmacht en Harriers van de R.A.F. deden samen een overvlucht. Ook militairen van de R.A.F.-Germany en van de 10de Wing van Kleine Brogel, alsook de volledige band van de R.A.F.-Germany waren aanwezig.
De plechtigheid eindigde met parachutisten uit Schaffen die gedropt werden uit een helikopter, en die zich nadien verzamelden om een bloemstuk neer te leggen aan het monument. Bloemstukken en kransen werden ook neergelegd door bovengenoemde personaliteiten, aangevuld door vaderlandse verenigingen, de weerstand en oud-strijders. Ook toen werden er reeds bloemen neergelegd door de leerlingen van het lager onderwijs. Telkenjare op de 2de dinsdag van september is er een plechtigheid waarop vele personaliteiten aanwezig zijn. Het Eenheidsfront van Oudstrijders uit de gemeente Genk, samen met een 400 tal kinderen uit de wijk zijn ook steeds aanwezig op de plechtigheid.
Ook is er telkens een afvaardiging van het 101ste squadron aanwezig met hun standaard en de muziekkapel van de R.A.F. Dit 101ste squadron van de R.A.F. heeft in totaal 1.140 manschappen verloren in de oorlog voor land en vrijheid.
's Woensdags, de dag na de plechtigheid zijn de kleinsten aan de beurt. De 4 en 5 jarigen van de wijk brengen dan een bloemenhulde op hun manier. Speciaal heeft men de 2e dinsdag van september uitgekozen omdat dan de heide in bloei staat en men toch wel even stil wordt van de mooie harmonie tussen monument en landschap.
De plaats waar het huidige monument staat is niet precies de plaats waar dat vliegtuig is neergestort. Het werd iets hoger geplaatst. De 2 voorbije jaren is er telkens een overvlucht geweest door het bevoorradingsvliegtuig type Vickers V.C.10. K.2. van het huidige 101ste squadron.
Het spreekwoord voor ogen "een volk dat zijn doden eert, is een groot volk", moet voor ons een stimulans zijn om op deze weg voort te gaan.
Boxbergheide 1989